Een jaar in de triatlon: terugblik op het langeafstandsseizoen 2021

Als we dachten dat de meeste hoogtepunten van de triatlonsport in 2021 uit de korteafstandswedstrijden zouden komen, dan hadden we het zeker mis. De afgelopen jaren is de langeafstandsscene in vuur en vlam geraakt door het steeds hogere niveau van de wedstrijden, en met een duwtje in de rug van de PTO, die de commercialisering en professionalisering ervan stimuleert, is de scene zowel atleten als toeschouwers gaan boeien.

Er lijkt een generatiewisseling gaande te zijn in de langeafstandstriatlon; in het verleden was er een zeer duidelijke scheiding tussen ITU-wedstrijden en langeafstandswedstrijden. Er deden twee heel verschillende soorten atleten mee; het leek bijna op twee verschillende sporten. Het was voor veel atleten gebruikelijk om hun ITU-carrière af te ronden en vervolgens de overstap te maken naar langeafstandswedstrijden. Voor velen hebben de aantrekkingskracht van grote prijzengelden en de uitdaging er echter toe geleid dat ze beide soorten wedstrijden combineren of al vroeg de overstap maken.

Zoals bij alle sporten veranderen trainingsmethoden mee met de technologie, de trends en een verondersteld gevoel dat men de dynamiek van de wedstrijden volgt. De manier van trainen voor een ITU-atleet verschilde enorm van die van een prof die op de halve en volledige afstand racet, maar tegenwoordig kunnen kleine aanpassingen in training en uitrusting ervoor zorgen dat de atleet van het kortere parcours ook op langere afstanden meer dan competitief kan zijn. Sommigen zullen ook beweren dat het niveau van atleten met een ITU-achtergrond, in combinatie met de competitiviteit binnen de sport, juist tot deze paradigmaverschuiving heeft geleid. Daarover is de meningen nog verdeeld.

In 2021 zijn wereldrecords verpulverd, zijn de grenzen van wat haalbaar is verder verlegd dan ooit tevoren en zijn atleten zich gaan afvragen wat er allemaal mogelijk is. Kristian Blummenfelt zou in dat opzicht wel eens het voortouw kunnen nemen. Zijn openheid om in één jaar zowel de Olympische titel, de ITU-wereldtitel als de IM-wereldtitel te veroveren, werd aanvankelijk met scepsis ontvangen, maar na 2021 is het bij velen gaan dagen dat dit soort gedachten en ideeën misschien toch niet volstrekt onmogelijk zijn. Veel atleten van HUUB lopen voorop in dit tijdperk en zetten de norm voor wat er nodig is om een professionele atleet te zijn.

Anne Haug (GER) beleefde een fenomenaal jaar in 2021 en bewees opnieuw dat ze tot de wereldtop behoort en, op haar beste dagen, vrijwel onverslaanbaar is. Het hoogtepunt was haar recordprestatie bij Challenge Roth, een van de klassiekers op de triatlonkalender. Haug finishte ruim 30 minuten voor de nummer twee en verpletterde het deelnemersveld met een fietstijd van 4.14 en een looptijd van 2.43! Ze boekte ook overwinningen bij de IM 70.3 Lanzarote en de Challenge St. Pölten.

Frederic Funk (GER) bleef ook in 2021 indruk maken; de jonge Duitser bewees dat hij de komende jaren een atleet is om in de gaten te houden. Hoewel hij gedurende het jaar af en toe met blessures kampte, behaalde hij overwinningen bij de Challenge St. Pölten, de Challenge Walchsee en de Challenge Peguera Mallorca, evenals eenderde plaats bij de Challenge Samorin. Zijn agressieve en eerlijke racestijl wordt door velen geprezen en je kunt er zeker van zijn dat hij elke race waarin hij meedoet, zal beïnvloeden.

David McNamee (GBR) kende een moeilijke start van het jaar, maar de tweevoudig medaillewinnaar op het IM-wereldkampioenschap toonde zijn klasse en liep naar de derde plaats bij de IM Frankfurt, die tevens dienst deed als Europees kampioenschap. 

Elliot Smales (GBR) wordt al geruime tijd beschouwd als een van de beste opkomende Britse talenten. In 2018 won hij alle IM 70.3-wedstrijden op de Britse eilanden, in Weymouth, Staffordshire en Dun Laoghaire, en in 2019 zette hij met een tijd van 8.01.22 bij IM Barcelona het snelste Britse debuut neer bij een wedstrijd over de volledige afstand. In 2021 toonde hij met zijn vierde plaats bij IM UK aan dat hij zich in 2022 op deze afstand wil richten.

Jonny Brownlee (GBR) maakte in oktober in Cascais zijn debuut in de IM 70.3-wedstrijden. Een zesde plaats springt misschien niet meteen in het oog, maar na een jaar waarin hij onder andere zijn derde Olympische medaille behaalde, zou het een zware opgave zijn geweest om op deze afstand zijn ware kunnen te tonen na zo’n veeleisend jaar, zowel fysiek als mentaal. Deze eerste kennismaking wijst op een mogelijke interesse in deze afstand in de aanloop naar Parijs 2024, mocht dat inderdaad een doel van hem zijn.