Hier in het Verenigd Koninkrijk wonen we op een eiland, en dus zul je tijdens je triatlon- of zwemcarrière op een gegeven moment onvermijdelijk in zee gaan zwemmen.

Bij de zee horen golven, getijden, stromingen, kwallen, wevervissen, rotsen, zeeziekte, boten en zout water. Dit zijn allemaal gevaren waarmee je te maken krijgt en die je bij het zwemmen in binnenmeren niet tegenkomt.

Zwemmen in zee is anders dan andere vormen van openwaterzwemmen, maar terwijl je door de golven duikt, kom je weer in contact met het kind dat je ooit was. Maak je dus geen zorgen over de gevaren, lees verder: wij helpen je op weg en je zult merken dat je het – echt waar – geweldig vindt!

 

Onderschat de kracht van de zee niet

Neem, voordat je gaat zwemmen, even de tijd om naar de zee te kijken en te zien hoe die zich gedraagt. Je kunt online de getijden opzoeken; het is handig om hiervan op de hoogte te zijn. Ga na of er springvloeden zijn en hoe laat het getij omslaat.

Vraag de strandwachten om advies, bijvoorbeeld waar je het beste kunt zwemmen en of er stroming is die je moet vermijden, bijvoorbeeld bij uitmondende rivieren. Vertel hen wat je van plan bent te gaan doen en, heel belangrijk, als je terugkomt van het zwemmen, laat hen dan weten dat je weer het water in gaat. Dat is gewoon een kwestie van beleefdheid, maar het kan ook je leven redden mocht je in moeilijkheden raken.

 

 

Draag de juiste uitrusting voor het zwemmen in open water in zee

Als je eropuit gaat, is het belangrijk om je passend voor aan zee te kleden. Dit betekent een felgekleurde zwemhoed, en als het koud is, draag je deze over een neopreenmuts. Dit is om ervoor te zorgen dat anderen goed zicht hebben op het belangrijkste dat boven het open water uitkomt: je hoofd!

Je hebt het volgende nodig: een duikbril die geschikt zijn voor de omstandigheden en sokken om je te beschermen tegen stenen, glas op het strand, wevervissen onder het zand en andere scherpe voorwerpen die je in het donker van het water niet kunt zien.

Vergeet niet om eventuele ringen af te doen, want je vingers krimpen in het koude water en dan kunnen ze eraf glijden. Je moet er ook aan denken om je uitrusting ver op het strand achter te laten boven de vloedlijn achter te laten, want het is vrijwel zeker dat het tij zal stijgen terwijl je op zee bent!

 

Starten vanaf het strand en starten vanuit diep water

Een zeewedstrijd in open water kan een start vanaf het strand of een start in diep water hebben. Dit zijn twee heel verschillende situaties, dus je zult moeten oefenen hoe je met beide omgaat, waarbij starts in diep water je waarschijnlijk iets gemakkelijker zullen afgaan.

Oefen de moeilijkste van de twee: de start vanaf het strand. Ga het water in door erin te rennen, door de golven te duiken of tot aan je knieën door het ondiepe water te lopen. Rennen in het water is niet eenvoudig, dus je moet de manier waarop je het water ingaat goed plannen. Probeer, naarmate je dieper komt, een paar dolfijnsprongen te maken en begin dan pas echt te zwemmen. Alleen tijd en ervaring zullen je helpen een techniek te vinden die voor jou het beste werkt, maar je wilt niet voor het eerst op de startlijn van een race verrast worden door de start vanaf het strand.

 

 

Wennen aan zwemmen in zee

Om aan de kracht van de zee te wennen, zwem je een stukje de zee in en laat je je vervolgens gewoon boven een rots in het water drijven. Let terwijl je daar drijft eens op hoe je meebeweegt met de stroming of het getij.

Als je in zee zwemt, moet je niet alleen de afstand afleggen, maar ook tegen of met de stroming in zwemmen. Je zult je koers moeten bijsturen als de stroming in het water sterk is.

Als je in zee zwemt, word je er echt op gewezen hoe belangrijk het is om aan beide kanten te ademen. Als je maar aan één kant kunt ademen, kijk je recht in de rollende golven of in de laagstaande zon, die je verblindt. Als je aan één kant ademt, lig je bovendien met je rug naar het strand en heb je geen idee waar je bent als je probeert parallel aan de kust te zwemmen.

Over de golven heen kijken zal moeilijker zijn dan tijdens het zwemmen in de relatieve rust van een meer, dus je moet je blik op de horizon richten wanneer je de kans krijgt. Je zult waarschijnlijk je hoofd hoger dan normaal moeten houden en je erop moeten concentreren dat je voeten niet naar beneden zakken.

De traditionele slag met hoge elleboog moet wellicht worden aangepast naar een beweging waarbij de arm rechter blijft. Zo voorkom je dat je hand achter een golf blijft haken. Oefen dit eerst in het zwembad en pas het daarna toe in de golven.

Als je hierdoor zeeziek wordt, ben je niet de enige. Een middel tegen zeeziekte kan helpen; slaperigheid door de tabletten zal onder deze omstandigheden waarschijnlijk geen probleem zijn!

 

Voor het eerst de afstand afleggen

Om te beginnen zwem je de zee in en als er iets is waar je naartoe kunt zwemmen, zwem je daarheen. Als er niets is, probeer dan ongeveer 150 slagen te zwemmen, draai je om en zwem je terug naar je startpunt.

Terwijl je dit doet, kun je het gevoel van de stromingen waarnemen, de deining van de golven en het verschil in zwemsnelheid op de heenweg ten opzichte van de terugweg, afhankelijk van de richting waarin het getij stroomt.

Zwem vervolgens weer naar buiten, sla links of rechts af en zwem ongeveer 100 slagen parallel aan het strand, voordat je terugzwemt naar het startpunt, zodat je een driehoek vormt vanuit je startpunt.

Ga voor de derde keer het water in: zwem eerst naar buiten, dan parallel aan de kust en vervolgens rechtstreeks terug naar de kust, in de vorm van een vierkant. Je zou nu een gevoel moeten hebben gekregen voor het stuk zee waarin je hebt gezwommen en hoe je omgaat met de beweging van het water. Je zult ook merken hoe veel verder weg het strand lijkt te liggen als je ernaar terugzwemt!

 

Goed uit het water komen

Terugkeren naar de kust vergt wat oefening, vooral als je aan wedstrijden meedoet. Je moet goed inschatten wanneer je moet stoppen met zwemmen en beginnen met rennen. De meeste beginners stoppen te vroeg met zwemmen. Het is echt heel erg moeilijk om te rennen in water dat hoger staat dan je knieën, dus probeer de laatste paar meter een dolfijnduik te maken of zelfs te bodysurfen om bij ondiep water te komen. Het hangt allemaal af van het strand, maar oefen alle mogelijkheden om je techniek te perfectioneren.

 

Tips voor training op het strand

Heb je een half uurtje op het strand? Doe dan een paar sets strandstarts: hard naar buiten, draaien, hard naar binnen, sprint naar buiten en 30 seconden hardlopen op het strand. Neem even rust en herhaal. In het begin lukt het je vast niet zo vaak, maar het is een geweldige training om te wennen aan de start en de uitgang naar T1.

 

Zorg dat je alles netjes achterlaat als je uit het water komt

Als je uit het water komt, laat dan aan iemand weten dat je klaar bent met zwemmen in zee. Zorg ervoor dat er geen reddingsboot hoeft uit te varen, en zwem vooral niet naar een ander strand, zodat de strandwachten niet naar je op zoek moeten gaan.

Spoel je wetsuit en zwembril ten slotte grondig af met zoet water; stop ze niet zomaar terug in je tas. Zout en steentjes zijn niet goed voor je beste racewetsuit, dus als je van plan bent hier een gewoonte van te maken, schaf dan een trainingswetsuit aan en bewaar je beste wetsuit voor speciale gelegenheden.

Tot slot: zwem altijd samen met iemand die langzamer is dan jij, vanwege de haaien.

 

Gerelateerde artikelen

Bekijk meer artikelen over training en advies hier.